Ga naar de inhoud
Terugblik: opening Visual Storytellers expo
Publicatie

Terugblik: opening Visual Storytellers expo

What Becomes


Een grote banner licht op. Makers maken foto’s met hun fremily voor de visual waarop hun expo in felgele letters in BRUTUS werd aangekondigd. Ze leiden vrienden en familie rond en vertellen het verhaal achter hun werk. Tijdens de opening van What Becomes op 27 februari kwam een nieuwe lichting Visual Storytellers samen: acht multidisciplinaire kunstenaars die de afgelopen maanden hun praktijk verdiepten en hun werk presenteerden in aanloop naar én tijdens Museumnacht010.

Visual Storytellers ’25/’26

De expo markeerde het eindstation van Visual Storytellers ’25/’26, het talentprogramma van QISSA voor makers die hun eigen visuele signatuur verder willen ontwikkelen. In de afgelopen maanden werkten de deelnemers aan nieuwe concepten en projecten, ondersteund door coaching, masterclasses en uitwisseling met andere makers en professionals uit het veld.Van idee tot uitvoering: binnen het programma kregen zij de ruimte om hun stijl, thema’s en stem verder te ontwikkelen. In What Becomes kwamen die persoonlijke trajecten samen in één tentoonstelling.

Je eigen verhaal vertellen

Wat bij binnenkomst meteen opvalt, is hoe persoonlijk de werken zijn. Veel projecten beginnen bij een vraag die dicht bij de maker zelf ligt: waar kom ik vandaan? Wat neem ik mee uit mijn familiegeschiedenis? En hoe vertaal je dat naar beeld?

Volgens curator-duo Opperclaes is die persoonlijke insteek kenmerkend voor deze generatie makers. Zij zijn zich sterk bewust van hun positie en achtergrond, en gebruiken hun werk om dat te onderzoeken en te bevragen. “Deze makers hebben allemaal een andere achtergrond, maar ze hebben heel bewust nagedacht over hun positie in de maatschappij. Waar kom ik vandaan? Wie ben ik? Wat is mijn heritage?”

Waar eerdere generaties zich vaak nog moesten verhouden tot bestaande kaders, nemen deze makers steeds vaker het perspectief zelf in handen.“Je hoeft je niet meer te conformeren aan de lens van anderen. Met je eigen werk maak je je eigen verhaal.”

Herinneringen als vertrekpunt

Voor veel deelnemers begint het werk bij een persoonlijke herinnering.

Voor Lorenzo Lennox Schmidt ligt het startpunt bij een beeld uit zijn jeugd: zijn vader die in de keuken stond wanneer hij uit school kwam. Dat moment van thuiskomen – de warmte, het gevoel van veiligheid – vormt een rode draad in zijn project.

“Een meme is voor mij een vertaling van een herinnering,” vertelt hij. “Ik dacht aan mijn vader die in de keuken stond als ik uit school kwam. Dat gevoel van thuiskomen zit in mijn werk.” Inmiddels kijkt hij er ook vanuit een andere rol naar. “Ik ben nu zelf vader. Mijn kinderen zitten er ook in. Het werk gaat daardoor ook over wat je doorgeeft.”

Bij Naoko Deriu staat juist een zoektocht naar verbondenheid centraal. Haar project verwijst naar kizuna, een Japans begrip dat de band tussen mensen en generaties beschrijft.

“Dit project gaat over thuiskomen in mezelf en helen,” vertelt ze. “Het raakt aan intergenerationeel trauma, maar ook aan de schaduwzijde van het Japanse ideaal van harmonie.” Een recente reis naar Japan gaf het werk een nieuwe lading. “Ik heb mijn tante en nicht ontmoet. Dat voelde als het begin van iets nieuws.”

Onvertelde verhalen

Voor sommige makers begint het werk bij wat er ontbreekt.

Esra Çöpür dook tijdens het traject in archieven en stelde zichzelf de vraag hoe de geschiedenis van Nederlandse Turken eigenlijk is vastgelegd. “Er is eigenlijk nog zo weinig gedocumenteerd over Nederlandse Turken en hun geschiedenis. Dat maakte het voor mij belangrijk om mijn eigen heritage te analyseren.”

Het gebrek aan documentatie werd zo het vertrekpunt voor een breder onderzoek naar erfgoed, representatie en collectief geheugen.

Ook andere makers binnen de tentoonstelling bewegen zich tussen verschillende culturele contexten. Sommigen onderzoeken hoe identiteit wordt gevormd door diaspora en culturele wortels, anderen kijken naar hoe digitale cultuur en persoonlijke herinneringen door elkaar lopen. De vormen verschillen – van installaties en video tot archiefonderzoek en digitale experimenten – maar het vertrekpunt blijft hetzelfde: het vertellen van een eigen verhaal.

Werken in een community

Naast de individuele projecten speelde ook de groep een belangrijke rol binnen het traject. Tijdens Visual Storytellers kwamen de makers regelmatig samen voor masterclasses, feedbacksessies en gesprekken over hun werk. Ideeën werden gedeeld, concepten aangescherpt en projecten groeiden stap voor stap verder.

Voor Caithlin Courtney Chong maakte die onderlinge verbinding een belangrijk verschil. “Wat voor mij het meest bijzonder was, waren de connecties met elkaar,” vertelt ze. “Dit programma gaf me de ruimte om mijn eigen praktijk verder te ontwikkelen.”

Ook Rawen Jouini benadrukt hoe belangrijk de ruimte was om te experimenteren en vooruit te kijken. “Het gaf me de tijd om na te denken over wat ik in de toekomst wil maken en waar mijn werk naartoe kan groeien.”

Die combinatie van uitwisseling, begeleiding en artistieke vrijheid maakte Visual Storytellers voor veel deelnemers tot meer dan alleen een ontwikkeltraject — het werd ook een plek waar nieuwe ideeën en samenwerkingen konden ontstaan.

Acht makers, acht verhalen

Met What Becomes wordt zichtbaar wat er gebeurt als makers de ruimte krijgen om hun eigen verhaal te volgen: nieuw werk, nieuwe perspectieven en acht makers die elk op hun eigen manier laten zien waar hun visuele storytelling vandaag staat.